Logopedie is een paramedisch beroep in de gezondheidszorg en in het onderwijs. De logopedie houdt zich bezig met de preventie, het onderzoek en de behandeling van stoornissen en beperkingen op het gebied van spraak, taal, stem en gehoor.
De logopedist geeft in de eerste plaats behandeling (therapie) na een grondig onderzoek. Zo 'n behandeling heeft tot doel stoornissen in het normale communicatiegedrag te voorkomen, te beperken of te verhelpen. Hiervoor gebruikt de logopedist specifieke methodes die gegroeid zijn uit wetenschappelijk onderzoek. Naast behandeling geeft de logopedist ook adviezen en informatie. Hiermee begeleidt de logopedist ook de omgeving van mensen met spraak-, taal-, stem- en gehoorstoornissen. De logopedist werkt vaak samen met andere deskundigen: een arts, een tandarts, een psycholoog, een leerkracht maar ook osteopaten en kinesitherapeuten. Uiteraard kan een stoornis in de communicatie ook verholpen of gunstig beïnvloed worden door bijvoorbeeld een medische, een tandheelkundige, een psychologische of een andere behandeling. Daarom juist blijft samenwerking tussen de verschillende deskundigen zo belangrijk.
Logopedie bij kinderen behandelt voornamelijk ...
- Articulatiestoornissen: het betreft hier stoornissen waarbij spraakklanken niet of verkeerd uitgesproken worden. Het kan dus zowel om een weglating, vervanging of vervorming gaan. De bekendste articulatiestoornissen zijn het lispelen en het niet kunnen uitspreken van de [r]. Soms komt een meervoudige articulatiestoornis voor. Daarbij worden verscheidene klanken weggelaten, vervangen of vervormd. Wanneer een kind in zijn spraakontwikkeling een duidelijke achterstand vertoont ten opzichte van het gemiddelde van zijn leeftijdgenoten, spreken we van een vertraagde spraakontwikkeling.
- Afwijkend mondgedrag: er bestaat een duidelijk verband tussen mondgewoonten en articulatie. Afwijkend mondgedrag – zoals mondademen, duimzuigen en tongpersen (foutief slikken) – resulteert vaak in een spraakstoornis. Er is ook een verband tussen gebitsafwijkingen en afwijkende mondgewoonten. Het komt wel vaker voor dat de logopedist afwijkende mondgewoonten en articulatie samen behandelt. De orthodontist behandelt dan de gebitsafwijking.
- Taalontwikkelingsstoornissen: de taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling). Bij een aantal kinderen kent deze ontwikkeling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalgebruik. Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperkinetisch gedrag en stoornissen in de aandacht en de concentratie. Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge een verstandelijke handicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.
- Lees-, schrijf- en rekenstoornissen: dyslexie, dysorthografie en dyscalculie vinden hun oorsprong in tekorten in het taalvermogen van het kind, terwijl er sprake is van een normale intelligentie. Het kind heeft dan problemen met het omzetten van de gesproken taal in geschreven taal (spellen). Maar ook het omzetten van schrijftaal naar spraak (lezen) verloopt moeilijk. Bij rekenstoornissen is er sprake van een achterstand voor specifieke rekenvaardigheden.
- Preverbale logopedie: eet- drink- en slikproblemen bij baby's en zeer jonge kinderen. Voorbeelden zijn: correcte houding realiseren tijdens de voeding, onrustig drinken, overgang van borstvoeding naar flesvoeding, van lepel eten/afhappen, overgang naar vaste voeding, kauwen, slikken enzovoort.
Dus in de toepassingsgebieden bij kinderen ligt de focus op :
- Taalstoornissen
- Leerstoornissen: rekenproblemen, leesproblemen en spellingsproblemen
- OMFT
- Spraakproblemen
- Eet- en drinkproblematiek bij normale ontwikkeling
- Eet- en drinkproblematiek bij kinderen met Cerebral Palsy